Het is 1950, de heren J.K. en C.P. Wiersema reizen naar een hengstenshow in Hamburg om een indruk te krijgen van de Duitse hengsten. De Trakehners spreken hun het meeste aan, maar ze zijn te licht voor de bij het NWP ingeschreven landbouwrijpaarden. De Hannoveraanse hengsten vinden de heren Wiersema te voos, Oldenburgers heeft het NWP al meer dan genoeg gebruikt in haar fokkerij, dus valt hun oog op de Holsteiners. Maat, massa, beweging en het exterieur spreken dermate aan, dat het bestuur van het NWP geadviseerd wordt een hengst uit Holstein te importeren. Het bestuur is hier op tegen, omdat één hengst wel eens te veel invloed zou kunnen krijgen en het Groninger type naar de achtergrond zou drukken. Na rijp beraad komt het bestuur met de heren Wiersema tot een compromis: er mogen merries uit Holstein geïmporteerd worden. In 1951 schaft de aankoopcommissie van het NWP, bestaande uit fokkerijleider Maarsingh, Wiersema en Poelstra, 17 merries aan in Holstein. De koop ging bijna niet door, omdat de Duitsers de merrie Morgenster, de beste van het stel, niet vrij wilden geven. De merries verkocht de aankoopcommissie aan haar leden. Fagonia (v. Lichtblick) was één van die merries, die middels haar zoon Uniek keur (v. Uppercut xx) nog steeds invloed heeft in onze fokkerij. Ook de grootmoeder van Jasper behoorde tot het selecte groepje merries.
Morgenster, nummer één op het verlanglijstje, kwam uit Holsteinerstam 1907 van Weber in Brande. Morgenster´s volle zus Isolde bracht in combinatie met de volbloedhengst Cottage Son xx de hengst Consul, de vader van de preferente Joost. Consul is ook de vader van Christine Stückelberger´s Granat, de dressuurcrack uit de jaren zeventig. De heer J.K. Wiersema, de ontdekker van de merrie, is nog altijd enthousiast als hij vertelt over Morgenster en haar nafok: "Morgenster is voor mij de beste merrie die ik ooit gezien heb. Ze was niet volmaakt, maar echt fantastisch. Ze zou later voor de fokkerij evenveel waard blijken als alle andere merries uit Holstein bij elkaar."
De groep Holsteiners merries werd in een apart register opgenomen bij het NWP. Ook de nafok uit deze merries plaatste de jury apart. Dat gold ook voor Sinaeda en zijn broer, de eveneens gekeurde hengst Senator (v. Paladijn). Pas in 1965 werd Sinaeda tussen de andere hengsten geplaatst en werd toen vlot kampioen. Senator was het eerste veulen van Morgenster. Van hem zijn in de mannelijke lijn geen opvolgers in de fokkerij opgenomen. Net als Sinaeda heeft hij in de vrouwelijke lijn meer invloed gehad. Zo is zijn dochter Friedhilde II de grootmoeder van Nimmerdor, was Hubertina de moeder van Sicco (v. Sinaeda, dus ingeteeld op Morgenster) en grootmoeder van de hengsten Marlando (v. Magneet) en Pentagon (v. Erdball xx).
Morgenster bracht naast Senator en Sinaeda vier merries, Milea (v. Verdi), Hera (v. Camillus), Eef (v. Harro) en Lijda (v.Camillo). Milea is de moeder van de goedgekeurde hengst Tolbert (v. Erdball xx), Hera is de overgrootmoeder van Magnaat (v. Marco Polo). Camillus kwam net als Sinaeda ter wereld in de stal van Ir. W.D. Oosterbaan. Camillus was een achterkleinzoon van Gambo, via de lijn Cambinus-Kambius-Gambo. De moedersvader van Cambinus was de Oldenburger Godin.
Jacob Melissen
De merrie K.Fanda is een dochter van Milea. Al onze fokmerries komen uit de merrie K. Fanda en gaan daarmee terug op de holsteiner merrielijn 1907.
